Nieuws

Werknemersparticipatie

Werknemersparticipatie is in toenemende mate voor veel werkgevers een cruciale strategie om medewerkers betrokken te houden en te binden, naast het stimuleren van (individuele) prestaties. Waar in het verleden vooral start-ups en snelgroeiende bedrijven die beperkte financiële middelen hadden om hoge salarissen te bieden van dergelijke tools gebruik maakten om talent aan te trekken, zie je het nu wijd verspreid ingezet worden. Het stelt werkgevers in staat om werknemers te belonen op basis van hun bijdrage aan het succes van het bedrijf, wat essentieel is in een competitieve arbeidsmarkt.

Verschillende vormen
Er zijn verschillende manieren om mensen te binden, boeien en belonen. Op hoofdlijnen is er een onderscheid te maken in bonusregelingen en aandelenregelingen. Denk hierbij aan SAR’s (stock appreciation rights), certificaten van aandelen en het uitreiken van aandelen(opties). Elke vorm heeft zijn voor- en nadelen, en de keuze daarin is onder meer afhankelijk van de specifieke behoeften en doelstellingen van het bedrijf.

Bonussen kunnen bijvoorbeeld effectief zijn voor het belonen van korte-termijnprestaties, maar het gevoel van binding zal over het algemeen lager zijn. Daartegenover zal met aandelen de binding een stuk groter zijn, maar geef je een deel van de zeggenschap uit handen. Ook de mate van eenvoud van opzetten verschilt per vorm. De bonus en SAR zijn relatief eenvoudig op te zetten, zijn vormvrij en hoeven niet veel papierwerk met zich mee te brengen. Wat niet wegneemt dat een zorgvuldige vastlegging van voorwaarden belangrijk is. Aandelenbezit of certificaten van aandelen brengen meer kosten en complexiteit met zich mee en vragen een gang naar de notaris. Tot slot verschilt de fiscale behandeling per geval.

Voordelen
De invoering van werknemersparticipatie biedt een reeks voordelen, zowel voor het bedrijf als voor de medewerkers. Voor bedrijven kan het leiden tot een hogere betrokkenheid en motivatie, wat vaak resulteert in een toename van productiviteit en innovatie. Medewerkers die zich gewaardeerd voelen en zien dat hun inspanningen direct bijdragen aan het succes van het bedrijf, zullen waarschijnlijk een hogere mate van job tevredenheid en loyaliteit ervaren. Voor medewerkers biedt een vorm van participatie de kans om financieel te profiteren van het succes dat ze mede helpen opbouwen. Dit kan een sterke motivator zijn en hen (een gevoel van) eigenaarschap en verbondenheid met het bedrijf geven. Bovendien kunnen dergelijke regelingen bijdragen aan een positievere bedrijfscultuur (‘we doen het samen’).

Conclusie
Kortom, werknemersparticipatie is een waardevol instrument voor werkgevers om talent aan te trekken, medewerkers te binden, betrokkenheid te vergroten en prestaties te stimuleren. Door werknemers op zinvolle wijze bij de bedrijfsvoering te betrekken, kunnen bedrijven een omgeving creëren waarin iedereen zich inzet voor het gemeenschappelijke doel. Hoewel de invoering ervan het een en ander vergt, zijn de voordelen dermate dat het een investering is, die de moeite waard is om te overwegen.

Overweegt u ook een vorm van werknemersparticipatie aan te bieden aan (een aantal) medewerkers? Wilt u weten welke vorm bij uw situatie past en welke stappen daarbij genomen dienen te worden, dan kunt u contact opnemen met uw adviseur bij HLG.

Auteur: Alois Dee, Senior Adviseur Corporate Finance

Tijdig (vóór 1 mei) wijzigen voorlopige aanslag Vpb/IB

Om onnodige belastingrente te voorkomen, is het belangrijk om tijdig een verzoek in te dienen voor een (hogere) voorlopige aanslag Vennootschapsbelasting (Vpb) en/of Inkomstenbelasting (IB) voor het jaar 2023.

Belastingrente wordt in rekening gebracht als de Belastingdienst niet op tijd de voorlopige aanslag voor het vorige boekjaar kan vaststellen. Dit kan gebeuren als de voorlopige aanslag te laat is aangevraagd of als de uiteindelijke aanslag hoger uitvalt dan de voorlopige aanslag. Het is dus belangrijk om op tijd een verzoek in te dienen voor een voorlopige aanslag om belastingrente te voorkomen.

De rente begint te lopen vanaf 1 juli na het einde van het voorgaande boekjaar en loopt tot zes weken na de datum van de aanslag. Voor het boekjaar 2023 loopt de rente dus vanaf 1 juli 2024. Voor de inkomstenbelasting bedraagt de rente voor 2024 7,5%. Voor de vennootschapsbelasting is dit 10%.

Om belastingrente te voorkomen, moet uiterlijk vóór 1 mei 2024 een verzoek worden ingediend voor een (nadere) voorlopige aanslag Vpb/IB 2023.

Als de deadline van 1 mei niet wordt gehaald, is het verstandig om zo snel mogelijk alsnog een (nadere) voorlopige aanslag Vpb/IB aan te vragen om het verder oplopen van belastingrente te beperken.

Voor meer informatie of hulp bij het aanvragen van een voorlopige aanslag, kunt u contact opnemen met uw adviseur bij HLG.

Auteur: Els Herbrink, Belastingadviseur

Terugbetalen agioreserve aan de aandeelhouder

Veel ondernemers met een BV hebben vast wel eens gehoord van het woord ‘agio’, ‘agiostorting’ en ‘agio-uitkering’. Maar wat betekenen deze termen eigenlijk en hoe kunnen ze van nut zijn? Laten we eens kijken naar wat agio precies inhoudt en hoe het werkt.

Agio is het extra bedrag dat betaald wordt voor een aandeel bovenop de nominale waarde. Wanneer een bedrijf aandelen uitgeeft tegen een prijs hoger dan de nominale waarde, wordt dit extra bedrag agio genoemd. Dit bedrag wordt toegevoegd aan het eigen vermogen van het bedrijf en kan gebruikt worden voor verschillende doeleinden, zoals het uitkeren van dividend of investeringen in nieuwe projecten.

Storting boven nominale waarde
Het komt voor dat er meer gestort wordt op aandelen dan de nominale waarde. Dit zien we vaak bij oprichting van de vennootschap en dan met name bij de inbreng in de vennootschap. Ook kiezen DGA’s er wel eens voor om in plaats van geld te lenen aan de vennootschap dit geld te storten in de vennootschap zonder uitgifte van aandelen. In beide gevallen kan daardoor agio ontstaan.

Een dergelijke agiostorting wordt vaak gedaan om extra investeringsruimte te creëren of om het eigen vermogen te verhogen. Voor de storting is goedkeuring nodig van de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Ook is het verstandig om de belastingdienst te verzoeken om een beschikking verkrijgingsprijs van de aandelen.

Het is ook mogelijk om het gestorte geld weer onbelast uit de vennootschap te halen. Hiervoor hebben wij een stappenplan voor je opgesteld.

Stappenplan
Het uitkeren van agio kan een complex proces zijn. Hierbij moeten de volgende stappen worden gevolgd:

  1. Bepaal de verkrijgingsprijs van je aandelen.
  2. Controleer hoeveel je mag terugbetalen op basis van de verkrijgingsprijs van de aandelen.
  3. Leg in de notulen van de Algemene Vergadering (AV) de terugbetaling van het agio tot aan de verkrijgingsprijs vast.
  4. Laat de notaris het agio omzetten in aandelenkapitaal.
  5. Vraag de notaris om de aandelen af te stempelen.

Zorgvuldigheid
Het is belangrijk om te benadrukken dat dit proces zorgvuldig moet worden uitgevoerd om fiscale complicaties te voorkomen. Raadpleeg altijd een fiscalist om de juiste stappen te volgen en ervoor te zorgen dat de uitkering binnen de wettelijke kaders blijft.

Kortom, agio kan een nuttig instrument zijn voor bedrijven om hun eigen vermogen te versterken en investeringsmogelijkheden te vergroten, mits het proces zorgvuldig wordt uitgevoerd en fiscale implicaties worden overwogen.

Wilt u hier meer over weten? Neem dan contact op met uw adviseur bij HLG.

Auteur: Martin de Vries, Belastingadviseur

Fiets van de zaak, ook aantrekkelijk voor DGA’s

Het voorjaar komt er straks weer aan, de ideale tijd voor een heerlijke fietstocht. Een comfortabele (elektrische) fiets maakt de ervaring nog aangenamer, maar kwaliteit heeft nu eenmaal zijn prijs. Vooral een hoogwaardige fiets kan een flinke aanslag zijn op je portemonnee.

Voor een werkgever is het mogelijk om een fiets van de zaak te verstrekken of ter beschikking te stellen aan de werknemer. Dit is ook mogelijk ingeval iemand in dienst is bij de eigen BV waarin hij of zij aandelen heeft. De regeling is van toepassing op diverse soorten fietsen, variërend van elektrische fietsen tot bakfietsen en racefietsen.

Ter beschikking stellen van de fiets
Ingeval de fiets ter beschikking wordt gesteld, blijft de BV (werkgever) eigenaar van de fiets. Voor de werkgever zijn de kosten van de fiets aftrekbaar, inclusief onderhoud, verzekering en reparatie. De aanschafprijs moet geactiveerd worden op de balans, en de jaarlijkse afschrijving is aftrekbaar. Wanneer de fiets ook privé wordt gebruikt, geldt een bijtellingspercentage van 7% over de cataloguswaarde, inclusief eventuele accessoires. De werkgever heeft ook de mogelijkheid om de bijtelling voor zijn rekening te nemen, gebruikmakend van de vrije ruimte in de werkkostenregeling, waardoor de werknemer geen belasting hoeft te betalen

Oom een voorbeeld te geven: voor een fiets van € 4.000 bedraagt de bijtelling € 280 per jaar voor privégebruik. Bij het hoogste inkomstenbelastingtarief kost dit de werknemer maandelijks slechts € 11,55, wat minder dan € 140 per jaar is.

Belangrijk is wel dat de fiets (gedeeltelijk) zakelijk gebruikt moet worden, bijvoorbeeld voor woon-werkverkeer. Voor de zakelijk gereden kilometers is er echter geen recht meer op aftrek van € 0,23 per kilometer. De fiets van de zaak staat los van de auto van de zaak, waardoor beide regelingen gelijktijdig gebruikt kunnen worden.

Verstrekken van de fiets
Wanneer de fiets aan de werknemer wordt verstrekt, is de werknemer eigenaar van de fiets. De werkgever kan de kosten voor de fiets dan dus niet in aftrek brengen. De verstrekking van de fiets (incl. btw) kan onder de vrije ruimte worden gebracht tot een bedrag van € 2.400. Dit werkt hetzelfde als de fiets wordt verrekend met het brutoloon of indien er een vergoeding wordt uitbetaald voor de aanschaf van een fiets. Omdat werknemer eigenaar is kan hij/zij € 0,23 per kilometer declareren.

Wilt u hier meer over weten? Neem dan contact op met uw adviseur bij HLG.

Auteur: Yonne Derckx, Belastingadviseur

Vernieuwd belastingtarief en gewijzigde rendementspercentages

Vernieuwd belastingtarief en gewijzigde rendementspercentages

Tijdens Prinsjesdag 2023 werd het Belastingplan 2024 geïntroduceerd, met daarin de aankondiging van een versnelde stijging van het belastingtarief in box 3. Tevens zijn er plannen om de forfaitaire rendementspercentages aan te passen die worden gebruikt bij voorlopige aanslagen.

Het huidige box 3-belastingstelsel blijft waarschijnlijk tot 2026 gehandhaafd. Dit systeem voor de belastingheffing over vermogen onderscheidt drie categorieën: banktegoeden, overige bezittingen en schulden. Het rendement voor overige bezittingen wordt aan het begin van het belastingjaar vastgesteld; voor 2023 is dit 6,17%, voor 2024 wordt het 6,04%. De rendementen voor banktegoeden en schulden worden pas na afloop van het belastingjaar definitief bepaald op basis van de daadwerkelijke rentestanden, respectievelijk de gemiddelde bancaire rente op deposito’s met een looptijd van maximaal drie maanden en de gemiddelde rente op uitstaande woninghypotheken, zoals gepubliceerd door De Nederlandsche Bank (DNB).

Voorlopige aanslagen 2023
Voorlopige aanslagen worden aan het begin van het belastingjaar vastgesteld en houden nog geen rekening met de definitieve rendementspercentages voor banktegoeden en schulden. Voor 2023 waren de schattingen 0,36% voor banktegoeden en 2,57% voor schulden, maar vooral voor banktegoeden blijkt dit te laag te zijn. Door de stijging van de rente in 2023 zal het definitieve percentage naar verwachting rond 0,8% liggen. Bij de definitieve aanslag over 2023 moeten mensen met aanzienlijk spaargeld mogelijk bijbetalen. Om het verschil tussen de voorlopige en definitieve aanslag te verkleinen, wordt voorgesteld de rendementspercentages op een andere manier vast te stellen.

Nieuwe vaststellingsmethode
De voorgestelde methode betreft het baseren van de percentages voor banktegoeden en schulden op de door DNB vastgestelde percentages van juli van het voorafgaande kalenderjaar. Voor de voorlopige aanslag over 2024 worden dus de percentages van juli 2023 gehanteerd: 1,03% voor banktegoeden en 2,47% voor schulden.

Box 3: Tarief in 2024
Naast de wijzigingen in de rendementspercentages voor 2024 verandert ook het belastingtarief. Hoewel oorspronkelijk was afgesproken dat het tarief in 2024 zou stijgen naar 34%, is er een motie aangenomen om dit naar 36% te verhogen. De uitvoering van deze motie is op dit moment nog onzeker.

Hoge Raad-uitspraak over Box 3
Momenteel loopt er een procedure bij de Hoge Raad over de rechtmatigheid van de herstelwetgeving voor box 3. De uitspraak wordt binnen zes maanden verwacht en kan mogelijk verdere aanpassingen aan het huidige box 3-systeem tot gevolg hebben. Wij houden u op de hoogte van ontwikkelingen.

Indien u wilt weten wat deze veranderingen voor u betekenen, neem dan contact op met uw adviseur bij HLG.

Auteur: Els Sami-Herbrink, Fiscalist

De gebruikelijkloonregeling in 2024: een overzicht

De gebruikelijkloonregeling in 2024: een overzicht

De gebruikelijkloonregeling is van toepassing op personen die werken voor een vennootschap waarin zijzelf of hun fiscale partner een aanmerkelijk belang hebben. Een aanmerkelijk belang houdt in dat men 5% of meer van de aandelen bezit, rechten heeft om aandelen te kopen of winstbewijzen heeft.

De fiscale partner kan de echtgenoot, geregistreerd partner, of iemand zijn waarmee de aanmerkelijkbelanghouder op hetzelfde woonadres staat ingeschreven. Verschillende voorwaarden, zoals notarieel samenlevingscontract of geregistreerd partnerschap, bepalen of zij fiscale partners zijn.

Het gebruikelijk loon van de aanmerkelijkbelanghouder moet passend zijn voor zijn werkzaamheden. Dit loon moet ten minste gelijk zijn aan het hoogste van de volgende bedragen: 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het loon van de meestverdienende werknemer van de vennootschap, of een jaarlijks vastgesteld minimumbedrag (voor 2024: €56.000).

In sommige gevallen mag het loon lager zijn, mits aannemelijk gemaakt wordt dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is. De bewijslast ligt hierbij dus bij de werknemer/aanmerkelijk belanghouder. Bij deeltijdwerk of structureel verlies van de onderneming kan het loon eveneens aangepast worden. Een belangrijke wijziging is dat het gebruikelijk loon nu wel lager mag zijn dan het wettelijk minimumloon, vooral relevant voor startups.

Voor startende ondernemingen geldt een mogelijkheid tot drie jaar lang een lager loon, onder voorwaarden. Het versoepelde regime voor innovatieve startups, waarbij het wettelijk minimumloon als gebruikelijk loon gold, is echter per 2023 vervallen. Bestaande gevallen die voor het eerst in 2021 of 2022 van dit regime gebruikmaakten, kunnen dit maximaal drie jaar blijven doen.

Bij werken voor meerdere concernonderdelen mag het gebruikelijk loon gebaseerd worden op alle werkzaamheden voor het concern. Als het loon niet hoger is dan €5.000, zijn er geen loonheffingen verschuldigd. Alle loonbestanddelen, inclusief loon in natura en bonussen, tellen mee bij het bepalen van het gebruikelijk loon.

Ontvangt de aanmerkelijkbelanghouder een lager loon dan gebruikelijk, dan wordt het verschil beschouwd als fictief loon waarover loonheffingen berekend worden. Zelfs als er geen loon ontvangen wordt, moet het gehele gebruikelijke loon als fictief loon behandeld worden.

Voor zekerheid over de hoogte van het gebruikelijk loon kan men een verzoek om vooroverleg indienen bij de Belastingdienst, waarbij relevante informatie moet worden verstrekt.

Wilt u hier meer over weten? Neem dan contact op met uw adviseur bij HLG.

Auteur: Carlos Apapoe, Partner

Vanaf 2024 ook maatwerk voor belastingrente

Vanaf 2024 ook maatwerk voor belastingrente

In het nieuwe jaar komt er uitbreiding op de regelgeving over belastingrente op maat. Vanaf 1 januari 2024 is Artikel 30ia AWR van toepassing op alle belastingmiddelen, inclusief omzetbelasting en loonbelasting.

De oorsprong van deze regeling ligt in de Fiscale verzamelwet 2023, waarin werd voorgesteld maatwerk bij belastingrente mogelijk te maken. Dit hield in dat in bepaalde situaties, waarin de belastingrenteregeling te streng uitpakte, belastingrente verminderd kon worden. De Hoge Raad bevestigde de noodzaak van deze regeling nog vóór de inwerkingtreding. Op 18 november 2022 oordeelde de Hoge Raad dat belastingrente niet kon worden berekend over een periode waarin de Belastingdienst al over de belasting beschikte.

Artikel 30ia AWR trad op 1 januari 2023 in werking, maar gold toen nog niet voor loon- en omzetbelasting. Dit was vanwege uitvoeringstechnische beperkingen. Echter, bij een besluit op 23 november 2023 is de inwerkingtreding vervroegd naar 1 januari 2024. Dit werd gerechtvaardigd door het arrest van de Hoge Raad van 18 november 2022, wat leidde tot een heroverweging van de uitvoerbaarheid.

Wat betreft loon- en omzetbelasting was oorspronkelijk inwerkingtreding gepland voor 2026, maar dit is dus nu naar voren gehaald. Het wordt nu mogelijk om eerder dan verwacht een beroep te doen op artikel 30ia AWR voor deze belastingen. Verder zijn er nadere regels opgesteld voor verzoeken om vermindering van belastingrente met betrekking tot loon- en omzetbelasting.

Kortom, binnenkort kan er ook voor omzetbelasting en loonbelasting een beroep worden gedaan op artikel 30ia AWR. Dit benadrukt het belang van het aankaarten van bezwaren, zelfs als een regeling nog in ontwikkeling is. Het kan de implementatie versnellen en is een herinnering om niet alleen naar belastingheffing te kijken, maar ook kritisch te zijn op belastingrente. Het indienen van bezwaar tegen belastingrente kan de moeite waard zijn.

De Belastingdienst brengt belastingrente in rekening als zij een aanslag niet op tijd kunnen vaststellen, bijvoorbeeld omdat u te laat aangifte hebt gedaan. Zij vergoeden belastingrente als zij bijvoorbeeld zonder reden te lang doen over het opleggen van een belastingaanslag. De belastingrente die u betaalt verschilt per belastingsoort. Lees er meer over op de site van de Belastingdienst.

Wilt u hier meer over weten? Neem dan contact op met uw adviseur bij HLG.

Auteur: Arjen Ploegman, Director Tax

Recent subsidiebesluit versnelt mogelijke belastingplicht gesubsidieerde instellingen.

Recent subsidiebesluit versnelt mogelijke belastingplicht gesubsidieerde instellingen.

Eind 2023 is een nieuw subsidiebesluit gepubliceerd ter vervanging van het oude besluit uit 2005. Het lijkt er echter op dat dit nieuwe besluit voor gesubsidieerde instellingen eerder een beperking dan een verruiming betekent om buiten de vennootschapsbelasting te blijven.

Vergelijk oud en nieuw besluit
Het oude subsidiebesluit stelde dat als een gesubsidieerde instelling aan de voorwaarden voldeed, ze geen vennootschapsbelasting hoefde te betalen. Dit gold bijvoorbeeld als de instelling behaalde overschotten moest aanwenden conform subsidiedoeleinden of moest terugbetalen aan de subsidieverstrekker. Na bijna 18 jaar voldeed het oude besluit niet meer door veranderingen in financiering en verminderde subsidies.

Het nieuwe subsidiebesluit hanteert andere regels. Een gesubsidieerde instelling blijft buiten de vennootschapsbelasting als ze uitsluitend gesubsidieerde of subsidiabele activiteiten verricht, deze activiteiten hoofdzakelijk (70% of meer) financiert met subsidies en daarnaast met eigen bijdragen en vergoedingen op contractbasis. Eventuele overschotten moeten conform statuten en subsidieregels worden aangewend voor subsidiedoeleinden of terugbetaald aan de subsidieverstrekker. Ook moet de instelling borgen dat inkomsten uit contractfinanciering uitsluitend voor gesubsidieerde of subsidiabele activiteiten worden gebruikt.

Een strengere regel in het nieuwe besluit is dat de instelling geen andere activiteiten mag hebben dan gesubsidieerde of subsidiabele. Het oude besluit gaf hier meer ruimte.

Ook de situatie waarin een instelling niet-gesubsidieerde activiteiten inbrengt in een besloten vennootschap is aangepakt. Het blijkt dat dit niet voldoet aan de subsidieafhankelijkheid, zelfs als de stichting alle aandelen van de bv bezit.

Conclusie
De conclusie is dat het gewijzigde subsidiebesluit waarschijnlijk meer gesubsidieerde instellingen vennootschapsbelastingplichtig maakt. Het is belangrijk dat deze instellingen nagaan of hun statuten en afspraken in lijn zijn met de nieuwe voorwaarden. Het maken van gerichte afspraken met subsidieverstrekkers kan mogelijk helpen om vennootschapsbelastingplicht te voorkomen, maar tijdige actie is dan wel essentieel.

Wilt u meer weten? Neem contact op met uw adviseur bij HLG.

Auteur: Carlos Apapoe, Partner

Cybersecurity

Cybersecurity

In deze tijd is het evident dat cybersecurity van cruciaal belang is voor alle organisaties, ongeacht hun omvang. Hackers maken snel gebruik van AI-technologieën en kunnen daardoor gemakkelijk toegang krijgen tot veel MKB-bedrijven.

Ze richten zich op het overboeken van geld, het stelen van data, of het volledig versleutelen ervan. De mogelijke gevolgen van dergelijke aanvallen kunnen aanzienlijk zijn voor uw onderneming. Zou u rustig kunnen slapen als u op de hoogte bent van de potentiële impact hiervan?

Als uw accountant kijken wij niet alleen naar de cijfers, maar ook naar de ‘automatiseringsomgeving’ waarin niet alleen cijfers worden verwerkt, maar ook klantgegevens, informatie over medewerkers en productinformatie. Hierbij zien wij ook de cyberrisico’s waaraan de onderneming wordt blootgesteld. In samenwerking met professionele partijen kunnen wij deze risico’s grondig analyseren en beoordelen welke essentiële beveiligingsmaatregelen mogelijk ontbreken.

Benieuwd naar onze aanpak? Hier hebben wij een stappenplan opgenomen. Zorg voor een goede nachtrust, zorg voor uw Cybersecurity.

Auteur: Gerard de Gooijer, Partner

 

Online oprichten bv’s mogelijk vanaf 1 januari 2024

Online oprichten bv’s mogelijk vanaf 1 januari 2024

Het Wetsvoorstel online oprichting besloten vennootschappen wordt van kracht op 1 januari 2024, bevestigd door minister Franc Weerwind tijdens een congres van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB). Enkele maanden geleden heeft de Eerste Kamer een voorstel goedgekeurd dat wijzigingen aanbrengt in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet op het notarisambt. Deze wijzigingen zijn een gedeeltelijke implementatie van de EU-richtlijn 2019/1151 over het gebruik van digitale instrumenten en processen in het vennootschapsrecht. Deze EU-richtlijn vervangt de EU-richtlijn 2017/1132.

Online passeerplatform
Dankzij dit wetsvoorstel wordt het mogelijk om online besloten vennootschappen op te richten zonder fysieke aanmelding bij een autoriteit, persoon of instantie. Hierbij speelt een online passeerplatform een rol, zoals de KNB uitlegt. Volgens het wetsvoorstel moet de notaris verbonden zijn met een speciaal door de KNB beheerd systeem voor gegevensverwerking. Via dit systeem verschijnt de cliënt online voor de notaris via een digitale audio-videoverbinding. Digitale identificatie en ondertekening vinden ook via dit systeem plaats. Na het passeren van een digitale notariële akte moet deze digitaal worden bewaard bij de KNB als onderdeel van het notariële protocol. Het centrale passeerplatform is klaar voor gebruik, waardoor op elk moment gestart kan worden.

Wetsvoorstel aangenomen
Sinds 1 augustus 2021 is het volgens een Europese richtlijn mogelijk om volledig online een besloten vennootschap op te richten. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft gebruikgemaakt van de uitstelmogelijkheid die de Europese richtlijn biedt. In april 2022 is het wetsvoorstel voor digitale oprichting van een bv naar de Tweede Kamer gestuurd. In juni 2023 is dit wetsvoorstel aangenomen door zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Vanaf 1 januari 2024 is het dus mogelijk om digitaal een bv op te richten.

Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie
De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) pleit al geruime tijd voor de introductie van een digitale notariële akte. Met behulp van videoconferentie, digitale identificatie en ondertekening kan het notariaat voldoen aan de eisen voor volledige online oprichting van bv’s, met behoud van notariële waarborgen zoals rechtszekerheid en rechtsbescherming, en het voorkomen van fraude en misbruik. De wet schrijft voor dat de notaris verbonden moet zijn met een speciaal door de KNB beheerd systeem voor gegevensverwerking, dat klaar is voor gebruik vanaf 1 januari.

Heeft u hulp nodig bij het oprichten van een bv? Neem contact op met uw relatiebeheerder bij HLG. Wij helpen u graag.

Auteur: Carlos Apapoe, Partner